De virussen die griep en verkoudheid veroorzaken, zitten in druppeltjes snot, slijm en speeksel. Ze worden door praten, hoesten of niezen verspreid. De kans op besmetting is vooral groot in ruimten waar mensen dicht bij elkaar zitten en waar slecht geventileerd wordt, zoals in een trein of bus, op school of kinderdagverblijf. Virussen worden ook overgedragen via handen, bijvoorbeeld als iemand een u hand geeft, of via voorwerpen zoals deurknoppen en speelgoed.
Maatregelen waarmee u de kans op besmetting verkleint
De onderstaande maatregelen verkleinen de kans dat u besmet wordt, of dat u griep of verkoudheid aan anderen overdraagt. Leer de maatregelen ook aan kinderen.
Gezondheidsadviezen
Raadpleeg uw huisarts als bij kinderen of volwassenen de griep ernstig verloopt, bijvoorbeeld met kortademigheid, ongewoon ernstig ziek zijn, of snelle verslechtering. Dit geldt in het bijzonder voor zwangeren en voor hen die een chronische ziekte hebben. Tevens adviseert de GGD de huisarts te raadplegen bij kinderen jonger dan twee jaar met griepklachten, en bij kinderen wiens griepklachten meer dan drie dagen aanhouden en bij volwassenen die meer dan vijf dagen griepklachten hebben.
Vaccinatiebeleid
Voor sommige mensen kan de griep gevaarlijk zijn. Mensen die tot één van de risicogroepen behoren krijgen ieder jaar een griepprik. De jaarlijkse griepprik beschermt u tegen de meest voorkomende griepvirussen. Elk voorjaar maken deskundigen een inschatting van de griepvirussen die komende winter het meest zullen voorkomen. Op basis daarvan wordt de samenstelling van de griepprik vastgesteld.
Meer informatie over griep en verkoudheid:
Griep vraag en antwoord (MS Word)
Folder Hoesten of niezen? Zakdoek kiezen! (pdf)
Thema Griep en Verkoudheid op de website van het RIVM
Kleurplaat griep (pdf)