Laag inkomen (max €16.100)

Aantal keer bekeken: 1772, Laatst gewijzigd: maandag, 22 juli 2019

Armoede en gezondheid zijn nauw verweven. Mensen in armoede leven gemiddeld vijf jaar korter dan mensen met hogere inkomens. Bovendien leven arme mensen minder lang in goede ervaren gezondheid. Het verschil tussen de gezonde levensverwachting van Nederlanders met een laag inkomen en een hoog inkomen is 17,5 jaar bij mannen en 18,8 jaar bij vrouwen.

In Hollands Midden heeft 12% van de inwoners een laag besteedbaar inkomen. Zij behoren tot de huishoudens in Nederland met het laagste inkomen; zij hebben jaarlijks maximaal €16.100 euro te besteden. Het gaat hierbij om een gestandaardiseerd besteedbaar huishoudinkomen dat is gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Op deze manier, waarbij door het CBS alle huishoudinkomens in Nederland in vijf klassen van 20% zijn ingedeeld, kan welvaart vergeleken worden. Landelijk behoort 20% van de Nederlanders tot de groep huishoudens uit de laagste inkomensklasse.

Leeftijd en geslacht
Gemeenten
Trends
Achtergrondkenmerken
Verdieping

Vrouwen hebben vaker een laag besteedbaar inkomen dan mannen

Vrouwen (13%) behoren vaker tot huishoudens uit de laagste inkomensklasse dan mannen (9%). Dit verschil is het grootst in de leeftijd van 35 tot 39 jaar. Bijna een kwart (23%) van de inwoners van 19-24 jaar heeft een maximaal besteedbaar inkomen van €16.100. Na deze leeftijd neemt dit percentage af tot 6% tussen 65 en 75 jaar. Daarna neemt het percentage weer toe .

laag inkomen afbeelding1

Bijna een kwart van de Leidenaren heeft een laag besteedbaar inkomen

Bijna een kwart (24%) van de Leidenaren heeft een besteedbaar inkomen van maximaal €16.100, dit komt omdat in deze stad relatief veel studenten wonen. In andere gemeenten in de regio is dit percentage veel lager. In Teylingen en Zuidplas (6%) en Zoeterwoude, Nieuwkoop, Lisse, Katwijk en Kaag en Braassem (7%) is dit percentage het laagst.

laag inkomen afbeelding2

Het percentage inwoners met een laag besteedbaar inkomen bleef gelijk

In 2012 was het percentage inwoners dat tot de huishoudens met het laagste besteedbare inkomen behoort vergelijkbaar met 2016 (11%). In 2012 lag de grens van het besteedbaar inkomen op €15.200.

Laagopgeleiden hebben relatief vaak een laag besteedbaar inkomen

Laagopgeleiden hebben relatief vaak een laag besteedbaar inkomen; 29% van de inwoners met het basisonderwijs als hoogst voltooide opleiding heeft een besteedbaar inkomen van maximaal €16.100. Bij hoger opgeleiden is dit percentage 10% (bij een mavo, lbo, havo, vwo of mbo opleiding) of 9% (bij een hbo of wo opleiding).

Inwoners met een migratieachtergrond hebben vaker een laag besteedbaar inkomen

In Hollands Midden heeft 8% van de autochtone inwoners een laag besteedbaar inkomen, bij inwoners met een westerse (14%) en niet-westerse migratieachtergrond (38%) is dit percentage hoger.

Veel lage inkomens bij inwoners die samenwonen met andere volwassenen, alleenstaanden en eenoudergezinnen (19 t/m 64 jaar)

Twaalf procent van de 19 t/m 64 jarigen in Hollands Midden woont in een huishouden met een besteedbaar inkomen van maximaal €16.100 per jaar. Bij inwoners die samenwonen met andere volwassenen dan hun partner (45%), alleenstaanden (25%) en eenoudergezinnen (16%) is dit percentage hoger. Bij inwoners die samenwonen met hun partner en/of kinderen (8% en 7%) of met hun ouders (10%) is dit percentage het laagst.

Bijna een kwart van de gescheiden ouderen heeft een laag besteedbaar inkomen (65+)

Eén op de tien ouderen (10%) heeft een maximaal besteedbaar inkomen van €16.100. Onder gescheiden ouderen geldt dit voor bijna een kwart (23%). Het percentage ouderen met een maximaal besteedbaar inkomen van €16.100 is het laagst onder gehuwden (9%).

Ruim één op drie inwoners met een uitkering heeft een laag inkomen (19 t/m 64 jaar)

Van de inwoners met betaald werk woont 7% in een huishouden met een laag besteedbaar inkomen. Onder huismannen/huisvrouwen (22%), inwoners in opleiding (31%), werklozen, arbeidsongeschikten en inwoners in de bijstand (36%) is dit percentage duidelijk hoger.

Inwoners met een laag besteedbaar inkomen hebben vaker moeite met rondkomen

Van de inwoners die moeite hebben met rondkomen heeft 29% een maximaal besteedbaar inkomen van €16.100. Onder inwoners die geen moeite hebben met rondkomen is dit 8%.

Achtendertig procent van inwoners in huishoudens met een laag besteedbaar inkomen heeft moeite met rondkomen en één op de vijf (20%) van hen heeft risicovolle of problematische schulden. Bij inwoners met een hoger besteedbaar inkomen zijn deze percentages veel lager (11% heeft moeite met rondkomen en 5% heeft schulden).

Minder goede ervaren gezondheid bij inwoners met een laag besteedbaar inkomen

De ervaren gezondheid van inwoners met een besteedbaar inkomen van maximaal €16.100 is minder goed dan die van inwoners met een hoger besteedbaar inkomen (9% tegen 3% slechte ervaren gezondheid). Ook hebben inwoners met een laag inkomen vaker een hoog risico op een angststoornis of depressie dan inwoners met een hoger inkomen (16% tegen 5%) en zijn zij minder vitaal (67% tegen 84%). Tot slot ervaart een kwart van de inwoners van 19 t/m 64 jaar met een laag inkomen veel stress, bij inwoners met een hoger inkomen is dit 17%.

laag inkomen afbeelding3

Meer rokers en drugsgebruik onder inwoners met een laag besteedbaar inkomen

Ruim een kwart (26%) van de inwoners met een laag besteedbaar inkomen rookt. Dit is vaker dan inwoners met een hoger besteedbaar inkomen (17%). Ook gebruiken inwoners met een laag inkomen vaker drugs (14% softdrugs, 7% harddrugs) dan inwoners met een hoger inkomen (5% softdrugs, 3% harddrugs). Voor alcohol zijn de resultaten juist gunstiger voor inwoners met een laag inkomen. Bijna de helft (48%) van deze inwoners drinkt verantwoord, onder inwoners met hogere inkomens is dit 38%. Er zijn geen significante verschillen gevonden voor overmatig en/of zwaar alcoholgebruik.

Minder wekelijkse sporters en meer obesitas onder inwoners met een laag besteedbaar inkomen

Inwoners met een besteedbaar inkomen van maximaal €16.100 voldoen ongeveer even vaak aan de beweegnorm  (Nederlandse Norm Gezond Bewegen) als inwoners met hogere inkomens. Het percentage inwoners dat wekelijks aan sport doet verschilt wel; 45% van de inwoners met een laag inkomen tegen 55% van de inwoners met een hoger inkomen.
 
Inwoners met een laag inkomen hebben vaker obesitas (16%) dan inwoners met een hoger inkomen (13%). Voor het hebben van matig overgewicht is geen significant verschil gevonden.

Deel deze pagina
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Contactinformatie