Voldoen aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen en de Fitnorm

Aantal keer bekeken: 3106, Laatst gewijzigd: maandag, 22 juli 2019

In Nederland werden tot 2017 verschillende normen gebruikt om vast te stellen of iemand voldoende beweegt: de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB), de Fitnorm en de Combinorm. Deze normen zijn aangepast aan de leeftijd. Kinderen en jongeren tot 18 jaar moeten bijvoorbeeld meer en intensiever bewegen om aan de beweegnorm te voldoen dan volwassenen en de minimale intensiteit voor volwassenen is hoger dan die voor ouderen (vanaf 55 jaar). Sinds 2017 worden, op advies van de Gezondheidsraad andere beweegrichtlijnen gehanteerd (zie pagina voldoen aan de beweegrichtlijnen 2017).

Het percentage inwoners dat voldoet aan de NNGB in Hollands Midden (66%) is iets hoger dan landelijk (63%), hetzelfde geldt voor de Fitnorm (28% in Hollands Midden, 26% landelijk). In Hollands Midden voldoet 32% van de inwoners aan geen van beide normen, landelijk is dit 35%.

Normen voor bewegen in Nederland

 

Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) 4 t/m 17 jaar dagelijks minimaal één uur tenminste matig intensief bewegen (vanaf 5 MET*), waarbij minimaal twee keer per week kracht-, lenigheid- en coördinatieoefeningen voor het verbeteren of handhaven van de lichamelijke fitheid.
18 t/m 54 jaar 30 minuten tenminste matig intensief bewegen (vanaf 4 MET) op minimaal 5 dagen per week.
55+ 30 minuten tenminste matig intensief bewegen (vanaf 3 MET) op minimaal 5 dagen per week.
Fitnorm 4 t/m 17 jaar Tenminste drie keer per week gedurende minimaal 20 minuten zwaar intensieve lichamelijke activiteit (vanaf 8 MET).
18 t/m 54 jaar Tenminste drie keer per week gedurende minimaal 20 minuten zwaar intensieve lichamelijke activiteit (vanaf 6,5 MET).
55+ Tenminste drie keer per week gedurende minimaal 20 minuten zwaar intensieve lichamelijke activiteit (vanaf 5 MET).
Combinorm Alle leeftijden Aan de Fitnorm en/of de NNGB voldoen.

* MET: Metabolic equivalent is een meeteenheid om uit te drukken hoeveel energie een bepaalde fysieke inspanning kost ten opzichte van de benodigde energie in rust

Leeftijd en geslacht
Gemeenten
Trends
Achtergrondkenmerken
Verdieping

Ouderen voldoen vaker aan beweegnormen

Oudere inwoners van Hollands Midden voldoen vaker aan de beweegnormen dan jongeren. Een verklaring hiervoor is dat de beweegnormen vanaf 55 jaar soepeler zijn. Op hoge leeftijd neemt het percentage inwoners dat aan de beweegnormen voldoet wel af, in de oudste leeftijdscategorie voldoet nog 24% aan de NNGB en 4% aan de Fitnorm. Mannen en vrouwen voldoen ongeveer even vaak aan de beweegnormen .

beweegnormen afbeelding1

Inwoners van Voorschoten en Zoeterwoude voldoen het vaakst aan de beweegnormen

Het percentage inwoners dat voldoet aan de beweegnormen verschilt per gemeente en varieert voor de NNGB van 60% in Zuidplas tot 76% in Voorschoten en voor de Fitnorm van 26% in Leiden tot 35% in Zoeterwoude .

beweegnormen afbeelding2

Inwoners voldoen in 2016 vaker aan de NNGB en de Fitnorm

Tussen 2012 en 2016 is het percentage inwoners van Hollands Midden dat aan de NNGB voldoet toegenomen (van 63% in 2012 naar 66% in 2016). Hetzelfde geldt voor de Fitnorm (van 27% in 2012 naar 28% in 2016).

Mavo/lbo opgeleiden voldoen het vaakst aan beweegnormen

Inwoners van Hollands Midden (19+) die een mavo/lbo opleiding afrondden voldoen het vaakst aan de beweegnormen. Laagopgeleiden (met het basisonderwijs als hoogst voltooide opleiding) voldoen daar het minst vaak aan.

Van de 19 t/m 64 jarigen in Hollands Midden voldoet 63% aan de NNGB. 19 t/m 64 jarigen met een hbo of wo opleiding voldoen daar significant minder vaak aan (60%) en 19 t/m 64 jarigen met een havo/vwo/mbo opleiding (65%) of een mavo/lbo (67%) opleiding significant vaker. Bij 65-plussers is dit anders, van hen voldoet 75% aan de NNGB en hoe hoger het opleidingsniveau van de 65-plusser is, hoe vaker men voldoet aan de NNGB.

Van de 19 t/m 64 jarigen voldoet 22% aan de Fitnorm, bij 65-plussers is dit 50%. 19 t/m 64 jarigen en 65-plussers met basisonderwijs als hoogst voltooide opleiding voldoen het minst vaak aan de Fitnorm (15% van de 19 t/m 64 jarigen en 34% van de 65-plussers). Bij volwassenen voldoen mavo/lbo opgeleiden het vaakst aan deze norm (28%) en bij ouderen hbo/wo opgeleiden (58%).

Inwoners met niet westerse migratieachtergrond voldoen minder vaak aan beweegnormen

Inwoners van Hollands Midden met een niet-westerse migratieachtergrond voldoen minder vaak aan de NNGB (60%) en de Fitnorm (16%) dan inwoners met een westerse (65% NNGB, 26% Fitnorm) of autochtone achtergrond (66% NNGB, 30% Fitnorm).

Volwassenen met kinderen voldoen het minst vaak aan beweegnormen (19 t/m 64 jaar)

Gezinsleden met kinderen (59% NNGB, 16% Fitnorm) en volwassenen die nog bij hun ouders wonen (58% NNGB, 15% Fitnorm) voldoen het minst vaak aan de beweegnormen. Bij volwassenen die bij hun ouders wonen komt dit door de jongere leeftijd. Wanneer inwoners samen met hun partner wonen, maar geen kinderen hebben voldoen zij het vaakst aan de beweegnormen (67% NNGB, 33% Fitnorm).

Gehuwde 65-plussers voldoen relatief vaak aan beweegnormen (65+)

65-plussers die verweduwd (62% NNGB, 43% Fitnorm) of nooit gehuwd zijn (70% NNGB, 40% Fitnorm) voldoen minder vaak aan de beweegnormen. Inwoners die gehuwd zijn voldoen juist vaker aan de beweegnormen (80% NNGB, 55% Fitnorm).

Gepensioneerden voldoen veel vaker aan beweegnormen (19 t/m 64 jaar)

Van de 19 t/m 64 jarigen in Hollands Midden voldoen inwoners die met (vervroegd) pensioen zijn veel vaker aan de NNGB (88%) en de Fitnorm (69%) inwoners in een andere werksituatie. Dit kan deels verklaard worden door de soepelere normen voor 55-plussers. Huisvrouwen/ huismannen voldoen ook iets vaker aan de NNGB (68%) en de Fitnorm (28%), maar het verschil is veel minder groot. Inwoners die werkloos of arbeidsongeschikt zijn of die van de bijstand leven voldoen het minst vaak aan de NNGB (56%). Bij inwoners met betaald werk is het percentage mensen dat aan de Fitnorm voldoet significant lager dan in andere werksituaties (21%), maar niet het laagst. Bij werklozen, arbeidsongeschikten en inwoners in de bijstand (20%) en inwoners in opleiding (19%) is dit percentage lager (maar niet significant.

Inwoners die moeite hebben met rondkomen bewegen minder

Inwoners van 19 jaar en ouder die moeite hebben met rondkomen voldoen minder vaak aan de beweegnormen dan inwoners die daar geen moeite mee hebben. Voor de NNGB is het verschil niet zo groot (3%), maar voor de Fitnorm zijn de verschillen groter. Van de inwoners die geen moeite hebben met rondkomen voldoet 30% aan de Fitnorm, bij de inwoners die daar moeite mee hebben is dit 22%.

Relatie beweegnorm, vitaliteit, ervaren gezondheid, risico op angststoornis of depressie eenzaamheid en stress

Er is een relatie tussen voldoende bewegen, vitaliteit, ervaren gezondheid, risico hebben op een angststoornis of depressie, eenzaamheid en stress. Inwoners die aan de NNGB voldoen zijn vaker (85%) vitaal dan inwoners die hier niet aan voldoen (76%). Ook hebben zij minder vaak een slechte ervaren gezondheid (2% tegen 7%) en/of een hoog risico op een angststoornis of depressie (5% tegen 9%). Ook ernstige eenzaamheid komt onder mensen die aan de beweegnorm voldoen minder vaak voor (8% tegen 11%). Tot slot is het percentage inwoners van 19 t/m 64 jaar dat veel stress ervaart, lager onder inwoners die aan de aan de NNGB voldoen (16% tegen 20%).

%MCEPASTEBIN%
Deel deze pagina
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Contactinformatie